Van topsport naar leiderschap: hoe roeien, tegenslag en mentale veerkracht Maxime Lubbers vormden als ondernemer. En als vrouw.

Ik ontdekte pas laat dat mijn lichaam geen probleem was, maar een kracht.
Na een middelmatige hockeycarrière op de middelbare school (fanatiek, maar minder technisch) klikte er iets toen ik op mijn achttiende bij roeivereniging Nereus in Amsterdam op een ergometer ging zitten. Het bleek dat ik enorm sterk was. En dat ik niet de enige was.
Omringd zijn door andere lange, sterke vrouwen voelde als thuiskomen. Wat ik jarenlang als “te groot” of “te zwaar” had ervaren, bleek hier simpelweg: spieren. En die spieren brachten kracht. In een jaar tijd wonnen we vrijwel alles in het klassement en versloegen we zelfs mannen. Opeens voelde alle energie en drive die ik altijd al had niet langer misplaatst, maar gericht.
Het was bizar om te ervaren wat er gebeurt als je jouw sport vindt. Roeien trok me niet alleen fysiek aan, maar ook mentaal. Het is een sport waarin je met de juiste mindset in relatief korte tijd enorm ver kunt komen. We begonnen bovendien met als coach oud-olympiër Femke Dekker. Haar manier van kijken, werken en denken inspireerde me diep. Hier gebeurde iets wat groter was dan sport alleen.

Topsport leert je veel, maar niet alles wat je leert is zacht.
Het zwaarste moment in mijn roeicarrière kwam niet door een verlies, maar door een blessure. Na een jaar lang klachten, pijninjecties en twijfel werd ik geopereerd aan mijn hand. Ik had net op het WK onder 23 gezeten en kon nog twee jaar door met een scholarship in de VS. Er zat veel potentie in mijn benen, maar mijn andere hand had ook een operatie nodig. Dat was het moment waarop ik moest stoppen.
Na zes jaar, twaalf keer per week trainen, kostte het me bijna een jaar om af te kicken. Niet alleen fysiek, maar vooral mentaal. In topsport leer je namelijk iets gevaarlijks goed: je raakt ver verwijderd van je gevoel. Je leert niet luisteren, maar doorgaan. “Bloed is goed, pijn is fijn. Pijn is een emotie, die kun je uitschakelen.”
Ik nam dat ter harte. Omdat ik graag goed wilde zijn. Omdat een oud-olympiër het me vertelde. Omdat alles in die wereld draait om presteren.
In de VS viel ik een keer flauw van een ergometer. Een andere keer begon ik tijdens een training te huilen, simpelweg omdat ik er doorheen zat na twintig uur trainen per week. Mijn Amerikaanse coach zei alleen dat ik moest stoppen met huilen. Dat ik daarmee op moest houden. Pas later hoorde ik van mijn Nederlandse coach dat ik waarschijnlijk door al mijn reserves heen was en vooral moest aansterken. Met veel slaap en milkshakes.
Het zijn ervaringen die pijn doen, maar die me ook iets fundamenteels hebben geleerd.
Roeien liet me zien dat ik mentaal sterk ben. Dat ik altijd meer kan dan ik denk. Dat ik leiding kan geven aan een team. Dat ik me met een bizarre focus kan verbinden aan een groter doel en bereid ben daar veel voor te laten. Het liet me voelen hoe krachtig het is als je met een team alle koppen dezelfde kant op krijgt. En hoe goed het voelt om fysiek fit te zijn.
Maar misschien nog belangrijker: ik vond mijn beste vriendinnen in de sport. Omdat we samen alles meemaakten. De highs én de lows.
De kracht van mindset besefte ik pas echt toen ik stopte.
In het werkende leven merkte ik hoe diep topsport mijn denken had gevormd. Van de drie trainingen gaat er gemiddeld één goed. De andere twee zijn matig, zwaar of frustrerend. Dat leer je accepteren. Je leert dat de lijn naar succes niet recht is. Dat je werkt in cycli, seizoenen. Dat je niet altijd kunt pieken.Je leert verantwoordelijkheid nemen. Discipline opbouwen. Doen wat je zegt en zeggen wat je doet.
Falen of verliezen scherpt je. Niet geselecteerd worden of een slechte score op een ergometer hakt erin, juist omdat je in een bubbel leeft. Alles is geregeld. Jij doet alles wat je kunt: goed slapen, goed eten, niet feesten, dingen afzeggen. Je verliest vrienden. Maar wat je ervoor terugkrijgt is mentale veerkracht.
Die veerkracht had ik hard nodig na mijn sportcarrière.
Ik kreeg een bloedvergiftiging die bijna fataal werd. Later een hersenschudding. Van de ene op de andere dag werkte mijn lichaam niet meer mee. Een deel van mijn identiteit viel weg.
Maar ook hier hielp de mindset die ik in de sport had opgebouwd. Ik maakte plannen. Ik bewaarde rust. In dit geval was de topsport: herstellen. Ik wist nog hoe het was om je met volledige overgave aan een groter doel te verbinden. En dat hielp me terug te komen.
Diezelfde houding neem ik nu mee in mijn werk, mijn ondernemerschap en mijn leiderschap. Het vermogen om onder druk besluiten te nemen. Een lange adem te hebben. Te vertrouwen op het proces. Te weten dat je een goed team om je heen nodig hebt. En dat leiderschap niet alleen gaat over doelen, maar ook over inchecken.
In een roeiacht komen elke training acht vrouwen samen. De één is blij omdat ze net een tentamen heeft gehaald. De ander rouwt omdat haar oma is overleden. Dat emotionele aspect zoals er voor elkaar zijn, openheid en zorg is essentieel voor succes. Dat inzicht neem ik elke dag mee.

Als vrouw die topsport heeft gedaan, voelde ik me in het werkende leven vaak anders. Soms vroeg ik me af of ik te mannelijk was. Omdat ik ergens voor durfde te staan. Omdat ik de leiding pakte als niemand anders dat deed. Omdat ik mijn mond opendeed voor het grotere goed.
Met krachtige vrouwen roeien en harder ergometeren dan menig man en zien wat er mogelijk is als je je omringt met gelijkgestemden heeft me een diep zelfvertrouwen gegeven.
Toen ik in de VS bij een voetbalwedstrijd de woorden “women who play, are women who lead” zag, voelde dat meteen waar. Vrouwen die spelen, die durven, die proberen, falen en leren bereiden zich spelenderwijs voor op leiderschap.
Sport haalt iets in vrouwen naar boven dat vaak wordt weggezet als stoer of mannelijk. Voor mij staat het voor lef, doen, gaan, vallen en weer opstaan.
Er is nog steeds een sterk beeld van hoe vrouwen “horen” te zijn. Maar voor mij, als lange, sterke vrouw die zich vaak te groot voelde, viel er een last van mijn schouders toen ik me kon omringen met andere atleten. Ik hoop op een wereld met meer rolmodellen als Ilona Maher en Jutta Leerdam. Waar vrouwen durven staan voor wie ze zijn.
Aan meiden die zich te groot, te grof of te veel voelen, wil ik zeggen: er zit ongelooflijk veel kracht in die energie. Zoek een sport die bij je past. Ga roeien. Ga boksen. Ga schaatsen. Probeer. En weet: je kunt altijd meer dan je denkt.

Topsport heeft mij zelfvertrouwen gegeven, discipline en mentale veerkracht. Het heeft me geleerd mijn stem te gebruiken. Een bedrijf op te richten. Leiderschap te nemen.
Het enige dat ik anders had willen doen, is begeleiding zoeken in de overgang van topsport naar het werkende leven. Dat vond ik misschien wel het moeilijkst. Het echte leven is complexer. Minder eenduidig. Niet iedereen heeft dezelfde mindset. Maar precies daar begint leiderschap.