Captain van het Nederlands Team Sabrina van der Sloot spreekt zich uit over genderongelijkheid in het waterpolo. En daarbuiten.
.png)
Momenten waarop ik merkte dat het verschil binnen onze sport tussen mannen en vrouwen groot is, zijn de financiële contracten die worden aangeboden door clubteams. Zeker de laatste jaren werd dit mij steeds duidelijker en een steeds groter doorn in het oog. Dit komt door de ervaringen die ik in het buitenland bij topclubs heb opgedaan.
In Hongarije en Spanje mocht ik spelen met Olympisch (gouden) medaille winnaressen. Ik zag hoe zij bij de club minder betaald kregen dan de gemiddelde mannelijke speler die niet eens onderdeel was van een nationale selectie. Als ik daaraan denk dan voel ik woede en als ik dan kijk naar degene die verantwoordelijk zijn voor deze beslissingen zijn het altijd mannen die aan het roer staan.

Argumenten zoals; de mannensport is groter, we moeten meer investeren om competitief te zijn vind ik niet valide. Inmiddels is het dames waterpolo ook goed ontwikkeld en daarnaast zijn er top dames- en mannenteams van dezelfde clubs zoals Olympiakos (Griekenland), FTC (Hongarije), Sabadell (Spanje).
Bij de eerste twee wordt grof geld betaald aan de mannen terwijl de salarissen van de dames achter blijven. Ook in Nederland merk je een verschil. Bij de mannen krijgen veel spelers van de heren teams wel wat geld, bij de dames valt dit erg tegen en zijn er bijna geen clubs die geld uitgeven aan speelsters.
De reden daarachter? Geen idee. De Nederlandse maatschappij laat hier wat mij betreft echt kansen liggen. Investeer of sponsor een damesteam en je kan Europees competitief zijn én als bedrijf een bijdrage leveren aan het gelijkwaardiger maken van de man – vrouw verhoudingen in onze maatschappij.
Wat mij betreft wordt het belang van vrouwelijke rolmodellen die hun dromen najagen door middel van sport onderschat door de maatschappij. Dit is belangrijk, omdat steeds minder kinderen en vooral meisjes sporten.
Het verschil in financiële steun komt niet alleen bij de Europese clubs vandaan, ook European Aquatics, de Europese Waterpolo Bond, doet een duit in het zakje in het niet proberen van het verkleinen van de verschillen.
Zo kondigde zij anno 2025 aan dat het prijzengeld voor het winnen van de Champions League, net zoals bij voetbal de belangrijkste Europese clubcompetitie, ging veranderen. Vanaf dat seizoen gaat het mannenteam dat wint met 125.000 euro naar huis en het damesteam met een schamele 20.000 euro.
Toen ik dit las brak echt mijn klomp, 84% minder prijzengeld voor vrouwen. Een grote Europese organisatie die geleid wordt door mannen en met deze stap laat zien dat zij met elkaar hebben besloten dat de inzet van vrouwen 84% minder waard is dan mannen. Dit is in mijn optiek zo'n verkeerd signaal. Het verschil in beloning maakt zelfs dat ik het gevoel heb niet serieus genomen te worden als atleet, maar nog meer als vrouw zijnde.

Het maakt mij trots dat op het moment dat dit nieuws naar buiten kwam dat ik en andere speelsters uit Europa zonder enig onderling overleg direct gereageerd hebben op social media. Het laat zien dat wij, de vrouwen, het er niet mee eens zijn, het belachelijk vinden en dat wij ons als atleet ondergewaardeerd voelen.
Toch overheerst een gevoel van onmacht welke wordt gecreëerd door het besef dat niet alleen ik, maar heel mijn team benadeeld kan worden doordat ik mij uitspreek. Je vecht toch tegen een door witte oude mannen bestuurde organisatie. Daarnaast komt er totaal geen reactie van deze organisatie. Voor mij een bewijs dat zij niks geven om de meningen van vrouwen.
Wat mij boos maakt is dat er blijkbaar mannen nodig zijn om gehoord te worden. Mannen die het ook belachelijk vinden, maar binnen het waterpolo blijft het van die kant angstvallig stil. Terwijl die mannen zien dat wij precies hetzelfde werk verzetten om tot sportieve resultaten te komen, we trainen net zo veel en hard of misschien zelfs harder als zij.
Door de ongelijkheid bij de clubs verdienen zij makkelijk het twee, drie, viervoudige, kunnen zij hun gezin verzorgen en onderhouden en een luxe leven leiden.
Ik begrijp er dan niks van dat niet één van deze mannen ons ziet en zich uit durft te spreken over dat het misschien wel raar is dat zij zoveel meer verdienen. Richting clubs, maar zeker richting een internationale federatie.
In het vervolg denk ik toch dat we de hulp van de mannelijke spelers nodig hebben om de aandacht te krijgen. Misschien als ik gestopt ben als actief speelster dat ik mij dan ga inzetten om ervoor te zorgen dat onze stem wel gehoord zal worden.
Ik zou willen dat er meer vrouwen op bepalende posities aanwezig zijn binnen onze sport. Ik kan mij slecht voorstellen dat als er meer vrouwen in het bestuur van een club zitten of in die van de internationale federaties beslissingen die de ongelijkheid vergroten nog steeds genomen zouden worden.

Daarnaast is er nog steeds een bepaald beeld van hoe een vrouw eruit hoort te zien en welke levensweg zij behoort te bewandelen. Wij, topsporters, voldoen vaak niet aan dit beeld. Ik ben blij dat hier de laatste tijd veel aandacht voor is en er steeds vaker een tegengeluid te horen is.
Ik heb zelf niet heel erg last gehad van deze door de maatschappij opgelegde culturele normen, maar mijn teamgenoten, zeker de meiden die gespierd zijn en die juist het perfecte lichaam hebben om te excelleren in waterpolo, hebben daar wel last van. De commentaren op onze lichamen zijn soms niet mis. We zijn te dun, te lang, te gespierd, te groot, het is nooit goed, tenzij je eruitziet als een Barbie met dikke billen en borsten, een slanke taille en het liefst nog een wipneus en blond haar.
Het doet mij heel veel als ik zie dat mijn teamgenoten last hebben van dit culturele ideaalbeeld en de reacties online. Veel van mijn teamgenoten zijn jong als ze een wereld binnen stappen met hoge verwachtingen en veel druk, het laatste dat zij nodig hebben is dat mensen die zij niet kennen hun uiterlijk becommentariëren. Het wekt bij mij woede op en tegelijkertijd wil ik er alles aan doen om alle meiden in te laten zien dat het ideaalbeeld van het vrouwelijke lichaam onrealistisch is.
Vragen zoals; Waarom kunnen wij en onze lichamen niet met rust worden gelaten? Waarom wordt er niet gekeken naar onze sportieve prestaties en naar de indrukwekkende carrières die wij hebben? Komen bij mij op als ik aan dit onderwerp denk.
Een omslag in het denken is nodig en ik denk dat grote bedrijven hier een rol in zouden kunnen spelen. Je ziet nu namelijk toch te vaak dat zij ervoor kiezen om de in de ogen van de maatschappij aantrekkelijke vrouwen te sponsoren terwijl er heel veel vrouwen én vrouwenteams uitzonderlijke sportieve prestaties neerzetten, maar die kunnen geen sponsor vinden.
Wat ik zelf heb gedaan om dit te kunnen is begonnen toen ik op 24e jarige leeftijd alleen vertrok naar Hongarije. Ik besefte dat ik daar alleen was, zonder support en volledig op mezelf was aangewezen. Ik heb toen besloten dat ik mijn eigen grootste supporter moest zijn.
Ik hing briefjes in mijn huis op met waarheden die mij tijdens het trainen hielpen. Bijvoorbeeld; ik kan heel snel zwemmen. Dit is waar en is iets wat ik altijd kan doen en wat altijd een goed idee is bij waterpolo. Dit zorgde ervoor dat ik vooral naar mijn positieve kwaliteiten ging kijken.
Natuurlijk ben ik heel kritisch op jezelf, dat is denk ik een eigenschap die bijna elke topsporter heeft en ons ook drijft om steeds beter te worden, maar ik heb geleerd om tegenover iets wat ik nog niet goed genoeg vond een positieve gedachte te zetten.

Ik denk dat positief denken en praten over jezelf een van de belangrijkste elementen is om niet alleen te kunnen presteren, maar ook om je als vrouw tegenwoordig staande te houden in de maatschappij. Van alle kanten worden jonge meiden en vrouwen belaagd met verwachtingen, hoe je eruit moet zien, hoe je je moet gedragen, etc. Het is belangrijk dat vrouwen al jong leren om hun eigen stem te vinden, wat vinden wij leuk, hoe willen wij ons gedragen en uiten, wat vinden wij over onszelf, zodat we zelf de baas zijn over ons eigen narratief in plaats van dat we volgen en geloven wat door de buitenwereld wordt opgelegd.
In een sportwereld die wel gelijkwaardig is worden onze prestaties net zo op waarde geschat als die van de mannen, krijgen wij net zo goed salarissen, bonussen en worden vrouwencompetities en vrouwelijke atleten met respect behandeld door de organiserende federaties, media en mannelijke sporters.
Aan jonge meiden wil ik meegeven om anderen en jezelf met respect en compassie te behandelen, iedereen ervaart zijn eigen moeilijkheden en zeker in een teamsport heb je elkaar nodig, zowel in als buiten het water. Ik wil ze meegeven om zich niet te veel aan te trekken van wat je op social media ziet en leest.
Ik denk dat dit een zeer onrealistisch beeld schetst van het vrouw zijn en ik raad jonge teamgenoten dan ook aan om vooral de verbinding op te zoeken in het echte leven. Om te praten over je onzekerheden en steun te zoeken in de echte wereld.
Ik hoop dat zij zich empowered voelen als zij om zich heen sterke voorbeelden hebben, empowered om hun eigen pad te kiezen en zich minder aan te durven trekken van culturele en maatschappelijke ideaalbeelden.